Geschiedenis van de medezeggenschap

Nederlandse universiteiten hebben niet altijd een studentengeleding in de raad gehad. Er was geen ruimte voor inbreng van studenten om mee te denken over de vormgeving van opleidingen. In de loop van de jaren ‘60 bracht dit enige spanning met zich mee. Studenten besloten om het bestuurlijk centrum van de Amsterdamse universiteit, Het Maagdenhuis, te bezetten met als doel: meer zeggenschap over het eigen onderwijs en toegankelijkheid van het onderwijs voor iedereen die de capaciteiten had. Door middel van deze bezetting wilden ze kracht uitoefenen op het bestuur om meer inspraak vanuit studenten te krijgen. Deze eerste bezetting van het Maagdenhuis duurde van 16 tot 21 mei 1969 en is het begin van democratisering in het onderwijs.

Toenmalig minister van Onderwijs Veringa heeft er voor gezorgd dat de Wet op de Universitaire Bestuurshervorming door de Tweede Kamer kwam, die studenten meer invloed verschaften. Raden werden ingericht waarin studenten en personeel plaats konden nemen.

In de jaren ‘80 werden collegegelden verhoogd en het systeem van studiefinanciering ingevoerd. In de jaren ‘90 kwam er een nieuwe wet: de ‘MUB’ (Modernisering Universitair Bestuur). Dankzij deze wet werden er managementlagen in de universiteit toegevoegd. Inspraak werd nu geregeld door de medezeggenschap.

In 2010 wordt de Wet op Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) ingevoerd. Na een aantal studentenprotesten werd in 2016 de Wet Versterking Besturing aangenomen waardoor Opleidingscommissies instemmingsrechten hebben gekregen en een medezeggenschapsorgaan zijn geworden. De WHW is een kaderwet. Dit betekent dat de rechten die voor de medezeggenschap staan beschreven het absolute minimum zijn. Het is aan de onderwijsinstelling vrij om de medezeggenschap meer rechten te geven. 

Wat is medezeggenschap?

Alle studenten en medewerkers kunnen inspraak hebben op het beleid van hun universiteit of hogeschool. Ieder jaar zetten de raden op centraal en decentraal niveau zich in om de belangen van de studenten en personeel te behartigen. Dit is voor zowel de studenten als de medewerkers van belang, maar ook voor het bestuur van de hogeschool. Studenten worden tevens gezien als inhoudelijke experts, en daarom is hun inbreng juist zo belangrijk. Door hun rechten in medezeggenschap te verankeren, wordt democratische inspraak gegarandeerd. Vele onderwerpen komen in de raden aan bod. De raden krijgen van bovenaf stukken ter instemming, ter advies of gewoon ter informatie. Ook van onderaf kunnen er onderwerpen worden aangedragen, bijvoorbeeld vanuit het klaslokaal. De leden van de raad hebben als taak om kritisch naar beleidsstukken te kijken, om mee te denken en soms om op een volhardende wijze belangen te verdedigen. De leden van een medezeggenschapsraad zijn dan ook goed geïnformeerd over het reilen en zeilen binnen de organisatie. Ze weten wie ze waarvoor kunnen benaderen en ze zorgen ervoor dat ze zelf vindbaar zijn. Medezeggenschap regelt immers de inspraak in het organisatiebestuur voor iedereen.

Medezeggenschap binnen de HG

Het bestuur van de HG hecht veel waarde aan inspraak en participatie, zowel van medewerkers als studenten. Er zijn dan ook heel wat mensen betrokken bij medezeggenschap. De HG kent twee bestuurslagen. Het College van Bestuur (CvB) staat aan het hoofd van de organisatie. Het CvB geeft leiding aan de deans en stafdirecteuren, die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor het besturen van een school of stafbureau. Deze twee bestuurslagen hebben ieder een eigen medezeggenschapsraad naast zich staan. De Hogeschoolmedezeggenschapsraad (HMR) is de gesprekspartner van het CvB. De HMR bespreekt met het CvB de (beleids)aangelegenheden die meer dan één school, stafdienst of de gehele hogeschool aangaan. Iedere school heeft een eigen schoolmedezeggenschapsraad (SMR), die als gesprekspartner van de dean optreedt. De SMR bespreekt de beleidszaken die de betreffende school aangaan. De SMR wordt ook aangeduid met de afkorting IMR (instituutsmedezeggenschapsraad) of AMR (academiemedezeggenschapsraad). Iedere medewerker en iedere student van de HG moet evenveel kans maken op een plaats in een medezeggenschapsraad. Daarom worden er op vaste tijdstippen verkiezingen gehouden, die aan strikte regels gebonden zijn. De studentgeledingen worden ieder jaar gekozen, de personeelsgeledingen om het jaar. De verkiezingscommissie ziet toe op het verloop van de verkiezingen.

Sluit Menu
×